Zomer in Amsterdam

Veel mensen gaan in de zomer op vakantie, maar ik niet: ik blijf het liefst in de stad, fietsend door de stad genieten van het mooie weer en zittend op één van de volle terrassen gluren naar uitbundig schaars geklede Amsterdammers en toeristen. Die zijn er nu eenmaal en dat zal zo blijven, dus wen er nou maar aan… Soms ben ik jaloers op piepjonge toeristen die overduidelijk voor het eerst Amsterdam bezoeken: wat zou het heerlijk zijn om de stad en al het moois erin te ervaren als een onbeschreven blad. Het is natuurlijk ook mooi dat de stad inmiddels ‘mijn geheugen van steen’ is geworden (jammer genoeg heb ik dit niet zelf verzonnen, die credits gaan naar de schrijver van het nummer ‘ik kan blijven kijken’) maar Amsterdam voor het eerst zien en ervaren tijdens een mooie zomer, wie zou dat nou niet willen?

Daarnaast is er natuurlijk het enorme aanbod aan festivals, en andere zomerse bezigheden: het bostheater, openlucht bioscopen, concerten in het Vondelpark, bootje varen en barbecueën. Iedereen speelt buiten en ik doe graag mee, al is het soms ook voldoende alleen maar weten dat er van alles te doen is. Het soort festival waar ik heen ga is wel veranderd: festivals waar voornamelijk achttienjarigen rondlopen, trekken mij niet meer, waarschijnlijk omdat ik zelf geen achttien meer ben. Toen ik nog wel eens naar dat soort festivals ging, bekroop me ergens halverwege de dag altijd het gevoel: hoe vaak heb ik dit al gedaan? Het lijkt toch allemaal een beetje op elkaar. De goede oude constante Parade, die zowat in mijn achtertuin plaatsvindt (nou ja, niet helemaal, maar wel dichtbij), is natuurlijk ook nagenoeg elk jaar hetzelfde, maar heeft toch iets meer inhoud en elk jaar een nieuw aanbod (hoewel de culturele waarde van de voorstellingen vaak toch wel beperkt is tot slapstick en de inhoud soms wat magertjes). Ook is het natuurlijk enorm afhankelijk met wie, welke dag en op welk tijdstip je er bent: ga voor de grap eens in het weekend voor vieren (gratis!) naar binnen en zie het publiek langzaamaan veranderen: van relaxte strandachtige outfits tot hoge hakken en veel make-up en bijbehorende prosecco/rosé consumptie.

Zaterdag ging ik naar de doorlopende voorstelling van Loes Luca, drie keer maar liefst. Een drierittenkaartje kost een tientje en is aan de tent zelf te koop; dit bespaart je een wachtrij bij de centrale kassa. Met die drierittenkaart krijg je voorrang op de mensen die een kaartje voor één voorstelling hebben gekocht en dat scheelt zo een kwartier wachten. Bij binnenkomst bovenaan de trap wacht de eerste verrassing: het is letterlijk een doorlopende voorstelling. Je zit dus niet, maar begint staand bovenaan in de tent op een soort pad en wordt door vriendelijke medewerkers gemaand steeds een stukje verder door te lopen, met een hele groep naar beneden, totdat je weer buiten staat. Erg grappig. De huiskamer van Loes Luca is op het podium nagebouwd, zaterdag was haar moeder te gast, Meral Polat met haar vader, die een mooi Koerdisch liedje zongen en speelden en Huub Stapel schoof ook nog aan. Er worden voornamelijk liedjes gezongen, maar Loes is op haar best als ze moet improviseren: “Wat nu? Wat zullen we nu eens gaan doen? ” Af en toe is ze vilein, over de levende jukebox mompelt ze: “die zijn geworden waar ze ooit als parodie op begonnen” maar ze is ook erg grappig en zweept het publiek nu en dan flink op. Ongelofelijk dapper om zonder script, scenario of wat dan ook de hele avond op het podium te staan! Ik zou het een aanrader noemen, als de avond niet zo afhankelijk was van de gasten en hoe haar pet staat.

Met het stuk van Loes waren we de hele avond zoet; tussen de bedrijven door moest er natuurlijk gegeten en gedronken worden. Het smaakt naar meer; de Parade hoort bij de zomer als een toerist bij Amsterdam en ik speel maar wat graag de rol van zomers toerist in eigen stad.

Advertenties