Zomer in Amsterdam II

Net als de Parade is het Kwakoe (Kwaku Summer Festival heet het nu officieel) ook een terugkerend constante in de Amsterdamse festivalzomer: dit jaar was de veertigste editie. Maar daar houdt de vergelijking op: zelden ben ik op twee festivals geweest die zo van elkaar verschillen. Pretendeert de Parade in mindere of meerdere mate een culturele aangelegenheid te zijn, bij Kwakoe gaat het echt alleen om eten en muziek en dan respectievelijk zo veel en zo hard mogelijk. De overeenkomst is wel dat het hier ook gaat om zien en gezien worden.

Ik was wel eerder op het festival geweest, jaren geleden, maar toen was ik zo dom geweest om uitgebreid te lunchen van tevoren en als er nou één ding goed kan op Kwakoe, is het lekker eten. Dit keer kom ik aan met een rommelende maag en meteen bij binnenkomst op het terrein staat het blauw van de rook van de barbecues, dus dat komt wel goed. Het valt me meteen ook op hoe hard de muziek staat: die komt niet van één kant, maar meerdere tegelijk: je zou het oorverdovend kunnen noemen, maar ik ben geen zeurpiet en ook geen kniesoor. Het is heel mooi weer en erg warm en ik bestel in het tentje een ijskoud biertje, dat uit een grote koelkast vol ijs komt. Daar staat de muziek zo hard dat het me verbaast dat de meneer achter de bar begrijpt wat ik wil hebben. Maar goed, hij zal het wel gewend zijn te liplezen in de herrie. In dezelfde tent wordt een soort workshop salsadansen gegeven; de gladde instructeur heeft uitsluitend dames in zijn groepje fans, maar heeft daar zo te zien geen enkel probleem mee.

Ik heb met vriendinnen afgesproken op een soort heuvel midden op het terrein, waar je heerlijk in het gras kan zitten. Het enige nadeel is dat daar werkelijk alle herrie op het hele terrein samenkomt: van het voetbalveldje waar de hele middag druk gevoetbald wordt door een groot aantal teams, van het podium vlakbij én van een stalletje waar, zo te horen, salsamuziek wordt verkocht. Na een heerlijk kokosijsje vraag ik Monique, die een deel van het jaar in Suriname woont en binnenkort gaat emigreren en natuurlijk veel weet van Surinaams eten, wat ik het beste kan eten. Ik eet wel vaker Surinaams maar dat is toch  meestal roti…ze raadt me een barra aan, met kip. De drukte bij het stalletje voorspelt veel goeds: met een fles Parbo bier erbij smullen we van de broodjes. Maar meteen bij de eerste hap merk ik al dat de barra nogal vult: het blijkt een gefrituurd broodje te zijn, gevuld met kip en een heel klein beetje sla…. Heerlijk, maar nadat ik het broodje verorbert heb, merk ik dat ik bijna in slaap val, zo zwaar valt het! Het Parbo bier helpt daar vast ook aan mee. Gelukkig kan ik terug naar de heuvel op het midden van het terrein en terwijl de andere dames meer eten gaan scoren, kom ik langzaam bij van mijn food coma. Ondertussen kijk ik mijn ogen uit naar de andere bezoekers, die van een enorme kleurrijke diversiteit zijn. Het maakt niet uit hoe jong, oud, dik of dun je bent: als je maar iets te eten hebt, lijkt het. Ik scoor nog een paar heerlijke kokoskoekjes met stukjes pure chocola, voor thuis dan. De koekjes worden bereid door een meneer die naast het stalletje in een klamboe staat, een originele manier om te zorgen dat er niks tussen het beslag komt. Na de tweede drumband die we tegenkomen en een toestroom van steeds meer bezoekers en toiletten met enorme wachtrijen houd ik het voor gezien. Volgend jaar weer! Want de koekjes waren een hit en ik zou niet weten waar je die anders kan halen in Amsterdam (anyone?)

Advertenties